“In moeilijke tijden is zorg dragen voor elkaar cruciaal”

DBV 28 websize
Els Van Doren (52) draagt als proost het verdriet van de Chiro mee.

‘Chiro in shock na dood van 13-jarig meisje op zomerkamp’, zo klonk het halverwege juli tragisch in de kranten. Jeugdwerk roept meestal beelden op van spel en plezier, maar voor Els Van Doren, nationaal proost van de Chiro, is verdriet vaak dichterbij dan we denken. “Ik zou het liefst een grote auto hebben, al dat verdriet inladen en ermee wegrijden, zodat leden en leiding gewoon volop van hun blijheid kunnen genieten.”

Dit is een artikel uit Don Bosco Magazine. Wil je dit magazine gratis thuis te ontvangen? Inschrijven kan via deze link.

We ontmoeten Els op een verlaten chirodomein. De zon brandt op het dorre gras, duidelijk toegetakeld door maanden vol gespeel en geravot. Een verdwaalde bal ligt midden op het speelveld, maar nergens klinkt gelach. Geen geroep, geen kinderen, alleen stilte. Het contrast is treffend. “Jeugdwerk begint met spel en plezier,” zegt Els terwijl haar blik over het terrein dwaalt, “maar daarnaast gaat het ook over moeilijke keuzes maken, een loodzware verantwoordelijkheid dragen en zelfs pijnlijk verlies aanvaarden.”

Sinds september 2006 is Els nationaal proost van de Chiro. Ze was daarmee de eerste niet-priester in die functie. “Ik ben nooit proost geweest als wel-priester, dus ik kan het ook niet vergelijken”, grapt ze meteen. “Maar toen ik als proost werd gekozen, kreeg ik uiteraard erg uiteenlopende reacties. Sommige mensen waren meteen positief, anderen zeiden dan weer dat de Chiro vanaf dan geen echte proost meer had. Geen priester? Dat kon toch niet! Maar de meesten waren lovend en vonden het goed dat de Chiro een voorbeeld stelde. Al moet ik toegeven dat we daarin zeker niet uniek waren; bij Scouts en Gidsen Vlaanderen – toen nog VVKSM – was er bijvoorbeeld ook al eens vrouwelijke verbondsaalmoezenier.”

Mevrouw pastoor

Ook als niet-priester kan Els de titel ‘Mevrouw pastoor’ wel smaken. “Ik werkte vroeger in een ziekenhuis als levensbeschouwelijk consulent. Sommigen noemden me Els, maar voor anderen was ik steevast ‘Mevrouw pastoor’. Dat was niet cynisch bedoeld, maar voor hen voelde het juist om me zo te noemen. Voor mij toont dat vooral aan dat het meer draait om de persoon achter een functie dan om de naam die je eraan geeft.”

En zo komen we naadloos bij de naam ‘proost’. Een titel die tegenwoordig minder gekend is, zeker bij jongeren. “Wat dat precies inhoudt?”, knikt Els nog voor ik mijn vraag kan stellen. “In mijn taakomschrijving wordt het samengevat in vier functies: ruggensteun, bruggenbouwer, confrontatiefiguur en inspirator. Als inspirator bied ik impulsen rond bezinning, zingeving en solidariteit. Als confrontatiefiguur waak ik erover dat bepaalde thema’s niet onderbelicht blijven en ga ik daarover ook actief in gesprek. Als bruggenbouwer fungeer ik als bemiddelaar tussen groepen, generaties en over beleidsniveaus heen. En als ruggensteun, tot slot, ben ik er voor mensen en groepen wanneer het even moeilijk is.”

DBV 93 websize 1
Els wil onder meer een ruggensteun zijn: "Mensen en groepen ondersteunen wanneer het even moeilijk is."

Van al die rollen vraagt die van ruggensteun zonder twijfel de meeste tijd en aandacht. Het is geen eenvoudige taak, maar wel één die veel betekenis heeft. “Ik ben vooral blij dat de Chiro daar iemand voor vrijstelt”, zegt Els na een korte stilte. “Ja, ik ben inderdaad vaak met moeilijke dingen bezig. Zelfdoding, overlijden na ziekte, slachtoffers van een verkeersongeval, schending van integriteit… De zware gesprekken daarover zijn mijn specialiteit binnen de Chiro. Natuurlijk sta ik daar niet alleen voor. Er zijn nog collega-API’s (Aanspreekpunt Integriteit), regionale ondersteuning, enzovoort.”

Te korte armen

Na bijna negentien jaar als proost is Els al heel wat gewoon, maar soms blijft het zoeken. “Er zijn periodes waarin het bijzonder intens is”, knikt ze. “Het is bijvoorbeeld erg zwaar om te merken dat je ‘te korte armen’ hebt; dat een situatie zó verzuurd is dat je machteloos staat. Dat kan me hartzeer bezorgen. Als het over rouw en verlies gaat, is het vaak nog moeilijker. (stilte) Dan zou ik het liefst een grote auto hebben, al dat verdriet van die jongeren inladen en ermee wegrijden. Zodat zij gewoon volop kunnen genieten van hun blijheid, speelsheid, vrolijkheid en zelfs naïviteit. Maar zo werkt het helaas niet. (zucht) Ik ben zelf mijn vader op jonge leeftijd verloren, dus ik weet wat verdriet is. Ik weet hoeveel tijd en werk het vraagt om dat verdriet niet je hele leven te laten overheersen. Daarom raakt het me zo diep als ik die jonge leiding, vaak tieners of twintigers, zie lijden. Dan weet ik waar zij voor staan. En ja, op zo’n momenten huil ik ook.”

Chiro is plezier maken, maar ook voor mekaar zorgen als het moeilijk is
Els Van Doren

Het zijn de droevigste momenten, maar tegelijk ook de momenten waarop de christelijke wortels van de Chiro het sterkst naar boven komen. “Ik benoem dan hoe belangrijk het is om voor elkaar te zorgen en geef handvatten die helpen om met verdriet om te gaan”, vertelt Els. (denkt na) “In het begin stelde ik alleen maar de open vraag: ‘Wat kan ik voor jullie doen?’ Want je mag de dingen niet zelf invullen, je moet aansluiten bij hun vraag, op hun tempo... Dat leerde ik zo tijdens mijn opleiding. Maar je bent 18 jaar, een vriend is net verongelukt en je zit daar samen met je Chirovrienden... Je weet helemaal niet wat je nodig hebt. De ontreddering is totaal. Je hebt – en gelukkig maar – geen ervaring met zo’n situatie. De voorbije jaren heb ik geleerd om ook zelf voorzichtig suggesties te doen en handvatten aan te reiken. Dat geldt trouwens ook bij conflicten of bij een ongeval, waar soms tegenstrijdige gevoelens kunnen spelen. De loyauteit weegt dan zwaar: ‘Dat is mijn kameraad, er zijn twee mensen gestorven en hij zat achter het stuur.’ Als je jong bent, weet je niet hoe je daarmee moet omgaan – als volwassene trouwens vaak ook niet. Ik probeer dan wat achtergrond te geven en uit te leggen dat het normaal is dat je met twijfels, verdriet of zelfs boosheid zit.”

DBV 122 websize
Els: "Mijn geloof leeft vooral in wat ik doe."

Jacob als voorbeeld

Voor Els ligt net daarin ook haar eigen christen-zijn verankerd. “Ik voel me vertrouwd met de figuur van Jacob. Hij worstelde, sukkelde en vond het allesbehalve evident om de juiste keuzes te maken. Hij helpt me, zeker op moeilijke momenten. Mijn geloof leeft vooral in wat ik doe. In het Evangelie stelt Jezus op talloze plaatsen de vraag: ‘Wat kan ik voor u doen? Kan ik iets voor je betekenen?’ Dat is ook mijn uitgangspunt om een groep op weg te helpen. Niet door het over te nemen, maar door bedding te geven. Meestal komt ze dan zelf in beweging en ontstaan er prachtige dingen. Eén voorbeeld haal ik vaak aan, ook al is het al zo’n tien jaar geleden: een groep besloot in plaats van een minuut stilte een minuut lawaai te maken aan het begin van de Chirozondag. ‘Want de leider die verongelukt was, was nogal een een luide’, klonk het. Een minuut stilte voelde niet juist. Zulke voorbeelden geef ik graag mee wanneer ik met groepen in gesprek ga. 

De Bijbelse figuur Jacob helpt me op moeilijke momenten
Els Van Doren

Jongeren, net mensen

Of het nu in pijnlijke of in mooie omstandigheden is, Els ontmoet ‘de jeugd van tegenwoordig’ vaak op zijn meest kwetsbare momenten. Net daarom pleit ze voor meer mildheid tegenover het jeugdwerk. “Ik ben net mijn intro aan het schrijven voor een presentatie die ik in september zal geven”, vertelt ze. “Daarin blik ik terug op de afgelopen zomer in het jeugdwerk. Ik schreef: ‘Jongeren, het zijn net mensen’. Waar droom je van? Waar maak je je zorgen over? Waar lig je wakker van? Misschien uit je dat anders als je 17 bent dan wanneer je 47 bent, maar zo groot zijn de verschillen niet, hoor. Je wil omringd zijn door fijne mensen, zelf een goed mens zijn, bouwen aan de toekomst en iets kunnen doorgeven. Als ik aan jongeren vraag waarom ze leiding zijn geworden, dan hoor ik bijna altijd: ‘Omdat ik zelf zoveel moois heb gekregen van mijn leiding, en dat wil ik nu teruggeven.’ Dat raakt me. Dan zit ik ontroerd te typen aan mijn verslag. En dan weet ik weer waarom ik al bijna negentien jaar lang een gelukkige proost ben. Zelfs in ongelukkige tijden.”

Auteur: Tim Bex (Fotografie: Stephanie De Becker)