"Nieuwe termen lossen stigma rond beroepsonderwijs niet op"

Schermafbeelding 2025 06 26 om 11 06 04
VRTnws ging langs in Don Bosco Groenveld en vroeg de leerlingen naar hun mening.

Als rond een onderwijsrichting een negatieve betekenis hangt, zal de taal waarmee je die benoemt dat probleem niet oplossen. Dat zegt professor Nederlandse taalkunde Freek Van de Velde na de oproep van de Vlaamse Scholierenkoepel om nieuwe termen te zoeken voor 'B-stroom' en 'arbeidsmarktfinaliteit'. Bij leerlingen uit die onderwijsvorm is er veel frustratie, omdat hun richting door die termen een negatieve bijklank krijgt.

Het is al jarenlang een probleem dat veel leerlingen uit het beroepsonderwijs gefrustreerd zijn over de termen die op hun richting wordt geplakt. Door termen zoals 'bso', 'B-stroom' of 'arbeidsmarktfinaliteit' hebben ze het gevoel dat hun richting als "minder" wordt beschouwd.

Sinds enkele jaren zijn de termen van de onderwijsvormen in het secundair onderwijs in Vlaanderen veranderd. Aso (algemeen secundair onderwijs) werd 'doorstroomfinaliteit'. Bso (beroepssecundair onderwijs) veranderde in 'arbeidsmarktfinaliteit'. Daarnaast is er ook nog de 'dubbele finaliteit', de onderwijsvorm die je kan vergelijken met het vroegere tso.

Te ingewikkelde namen

In de eerste graad van het secundair onderwijs wordt er gewerkt met de nieuwe termen A-stroom en B-stroom. In de A-stroom zitten leerlingen die het basisonderwijs hebben afgerond met een getuigschrift. De B-stroom is voor leerlingen die geen getuigschrift hebben behaald in het basisonderwijs. Een van de redenen om de onderwijsvormen van naam te laten veranderen, was de stigmatisering die hing rond het woord 'bso'. De nieuwe termen moeten neutraler en duidelijker zijn. Al is dus niet iedereen het daarmee eens.

Ook voor de Vlaamse Scholierenkoepel blijven die benamingen een groot probleem. De organisatie roept dan ook op om voor die termen uit het beroepsonderwijs een alternatief te voorzien. Freek Van de Velde, professor Nederlandse taalkunde aan de KU Leuven, vindt dat geen slecht idee. "Het zijn te ingewikkelde, te lange en te moeilijke termen", zegt hij in De Wereld Vandaag op Radio 1. "Niemand begrijpt die termen, tenzij je zelf in de materie zit. Ik heb zelf kinderen die naar het secundair onderwijs gaan. Elk jaar moet ik opnieuw opzoeken wat die termen juist betekenen."

Wat vinden leerlingen uit de B-stroom zelf over de termen? Leerlingen van Don Bosco Groenveld getuigen.

Van de Velde pleit dus voor duidelijkere en heldere termen. Al vreest hij wel dat het sociale stigma rond die benamingen zal blijven hangen. "We moeten openstaan om alternatieven te zoeken. Maar zolang mensen een negatieve betekenis aan een term plakken, is het onmogelijk om te verwachten dat een nieuwe term dat probleem zal oplossen. Als er een vooroordeel bestaat over een bepaalde term, verwacht men van onze taal dat een nieuwe label dat probleem zal oplossen. Dat is onrealistisch. Eigenlijk zou de sociale mening over het beroepsonderwijs moeten veranderen."

Wat zijn de alternatieven?

Een nieuwe term voor het beroepsonderwijs zal de negatieve bijklank niet doen verdwijnen, volgens Van de Velde. Toch stelt hij voor om een neutralere term te kiezen. Luisteraars van Radio 1 sturen alvast hun ideeën door: van theoretische (aso) en praktische (bso) richting tot algemene (aso) en toegepaste (bso) richting.

"Dat zijn transparante termen waar ik geen problemen in zie." Van de Velde waarschuwt vooral voor gerangschikte termen. "Zoals A-stroom en B-stroom. Van zulke termen zou ik wegblijven. Daar zit een rangschikking in en dat is gevaarlijk."

Auteur: VRTnws